Selecteer een pagina

Wat vliegt de tijd!

Inmiddels wonen we al weer vier maanden in Papoea-Nieuw-Guinea. Nadat we twee weken hebben genoten van een rustperiode in Cairns, Australië, waarin we ons ook konden voorbereiden op de periode die komen gaat, vlogen we half februari naar Madang in Papoea-Nieuw-Guinea (PNG). Op 21 februari zou daar de POC beginnen.

Zodra we aankwamen in Madang begon het avontuur gelijk. Op het vliegveld werden we ingeladen in een pick-up. Samen met een Amerikaans gezin met zes kinderen en al onze bagage, werden we al hobbelend de bergen in gereden. Onderweg werden we nagezwaaid door lokale mensen die aan de kant van de weg liepen of werkten. We genoten van de prachtige natuur en alle indrukken die we onderweg op deden.

Aangekomen op de locatie werden we stil. Boven op een hoge berg met een geweldig uitzicht op zee. Zo hadden we het ons niet voorgesteld, wat adembenemend mooi!

Douche POC

 

We waren nog niet aangekomen, of we werden gelijk op sleeptouw meegenomen, want het was bijna etenstijd en daarvoor moest de rondleiding nog gegeven worden.

Eerst werd ons de back-to-basic douche-emmer geshowd; regenwater in de emmer doen, emmer omhoog hijsen en douchen maar. Gelukkig konden  we twee keer per dag warm douchen. Daarvoor werd een vuur aangemaakt om het water op te warmen.

Ons huisje was eenvoudig: houten bedden, betonnen vloer, een paar  houten stoelen en 2 tafels, wat kasten en dat is het. De huisjes van   alle studenten zitten aan elkaar vast en staan in U-vorm, met als  raam een hor. We aten drie keer per dag met z’n allen in de eetzaal, en op dezelfde plek dronken we met z’n allen koffie of thee. Kortom, we beseften, dat dit twee maanden intensief samenleven met 6 andere gezinnen zou worden. Best een uitdaging op zich.

 

 

In deze periode gingen we weer terug naar de schoolbanken: vijf dagen in de week hadden we les. De lessen werden gegeven door mensen die al lang in PNG wonen en daardoor veel ervaring hebben. Zij leerden ons de cultuur, de taal Tok-Pisin (handelstaal in PNG), de grammatica,  maar ook leerden ze ons om grenzen te verleggen. Zo gingen we elke maandagmiddag hiken (stevig wandelen in de bergen) en elke woensdagmiddag baantjes zwemmen in de zee.

Daarnaast werden we begeleid door lokale mensen; drie keer per week kwam een PNG-leraar ons lesgeven, hij praatte alleen maar Tok-Pisin. Na ruim een week kwam een gezin dat we niet kenden bij ons eten. Niet comfortabel aan de tafel, maar buiten op een matje. Dat was best spannend, maar het verliep heel goed, we lieten veel foto’s zien en deden een spel samen.

Het doel was dat dit gezin, ook wel ‘wasfamily’ genoemd, ons een kijkje gaf in hun leven, zodat wij hun levenswijze en gewoontes konden observeren om zo een indruk te krijgen van hoe de mensen hier leven. Tegelijkertijd was het een voorbereiding op het leven in de stam, wat we de laatste maand van POC gingen doen.

Zo hebben we ook bij hen gegeten, wat een hele belevenis was. Buiten op de tafel zittend eten, zonder schoenen aan en onder toeschouwend oog van de hele familie hun zelf bereide eten opeten. Zelf eten, deden ze niet. Het eten was overigens heerlijk; taro en wat groentes.

Twee weken later aten we opnieuw bij deze familie. Nu bleven we ook slapen, wat weer een hele belevenis was, ook voor de kids. Deze keer aten we op een soort opstapje voor hun huisje, op de grond waar ze een mooi gekleurd zeil hadden neergelegd, kon zo bij Blokker gekocht zijn. Het eten was wederom heerlijk, zelfs Shania smulde van de heerlijke taro (lijkt veel op de smaak van een aardappel). Ook deze keer at de familie niet mee. Toen we later op de avond in bed lagen hoorden we dat ze zelf pas gingen eten. Waarschijnlijk een cultuurverschil. De nachten waren goed, maar spannend. We sliepen op een dun opblaasmatrasje, op een houten platen vloer, met veel kleine gaatjes in de wanden, waar we de wind goed doorheen voelden. Het is immers een huisje gemaakt van allemaal bomen en bladeren uit het oerwoud. En dan niet te vergeten het liklikhaus, dat is het toilet, een klein hokje met in het midden een heel diep gat. Best spannend als je in het donker met een lichtje in je hand daar naartoe moet en in mijn geval ook nog je zelf meegebrachte wc-rol erin laat vallen. Dan is de enige optie om de kranten te gebruiken die daarvoor klaarlagen. Al met al een hele ervaring.

In de twee weken daarna kwam de wasfamily 1 keer per week bij ons eten, nu aten we in onze zelfgemaakte ‘hauskuk’, onze buitenkeuken. Deze hauskuk moesten we in week 2 van POC zelf maken van beperkt materiaal, uiteraard materiaal uit het oerwoud, onder andere van palmbomen.

Bouw van de Hauskuk

Er werd een demo voor ons gedaan door lokale mannen hoe zo’n hauskuk gebouwd moest worden. Voor degenen die Hans kennen; hij houdt ervan om alles net wat anders en ‘beter’ te doen. Zo verzon hij zijn eigen constructie om er zeker van te zijn dat als er een stevige regenbui of wind komt, onze hauskuk niet in elkaar valt, en dit wierp zijn vruchten af.

Onze hauskuk bleef staan,  terwijl om ons heen de hauskuks van de anderen ingevallen waren na zo’n storm. En omdat Nederlanders nou eenmaal van gezelligheid houden, heeft Hans er een mooie hoekbank in gemaakt en een klein bankje aan de buitenkant, zo konden we genoeg visite ontvangen. Natuurlijk mocht de Nederlandse vlag ook niet ontbreken.

In deze hauskuk moesten we vier weekenden zelf ons potje koken op een zelfgemaakt vuur, van brood tot een heerlijke pan spaghetti. Ook dit was ter voorbereiding op het leven in de stam, want daar moeten we dit elke dag gaan doen.

Ook de kinderen hadden elke dag school, zij leerden op hun eigen niveau dezelfde dingen als wij. Zij kregen les van Miss M, een Amerikaanse lerares, die hier al jaren lesgeeft op de POC. Ook zij kregen elke morgen een uur les in Tok-Pisin van een lokale leraar. Verder gingen zij net als wij hiken en zwemmen. En daarnaast deden ze ‘fieldtrips’ ofwel educatieve uitjes.

Zo gingen we onder andere naar een museum en een kijkje nemen in een dorpje om op die manier het land steeds beter te leren kennen.

De kinderen vonden de eerste weken erg lastig op school, omdat ze het moeilijk vonden het Engels te verstaan en te spreken. Toch zagen we daar een snelle groei in, na zo’n drie weken konden ze al veel verstaan, en na acht weken praten ze al vlot Engels terug. Zo leuk om te horen!

De kids zaten over het algemeen lekker in hun vel, ze missen met momenten wel het oude vertrouwde Nederland en hun familie en vriendinnetjes. Maar gelukkig hebben ze goed contact met hun vriendinnen, zodat ze hun leven van hier met hen kunnen delen.

We kijken terug op 8 waardevolle, leerzame weken. Er waren momenten die erg moeilijk waren, maar ook hadden we veel lol met elkaar. En het belangrijkste was dat we wisten dat God bij ons was en we met alles bij Hem mogen komen. We zijn ook steeds meer gaan beseffen hoe fijn het is om in je moedertaal de Bijbel te lezen en te zingen. De kids vrolijkten elke keer zo op als we naar onze eigen muziek gingen luisteren. Nu snappen we het ook steeds meer hoe belangrijk het is om de Bijbel in je eigen taal te hebben. Uiteindelijk kun je daar het beste je gevoel in  uiten.

 

 

In onze volgende blog beschrijven we hoe het leven was in de stam!

Hartelijke groeten Hans, Gerline en de kids